Een brand in kabels, een paar uur geen treinverkeer, en ineens ligt een van de belangrijkste knooppunten van Nederland grotendeels plat. De sabotage rond Schiphol afgelopen zomer liet zien hoe kwetsbaar onze nationale infrastructuur is. Niet door een grootschalige aanslag, maar door één incident op één plek. Dat is geen toeval, maar het gevolg van een systeem dat te sterk leunt op één corridor. Schiphol is namelijk niet alleen een luchthaven, maar een kritische infrastructuur van nationaal belang. Als het volgende kabinet nationale veiligheid serieus neemt, moet het infrastructuur ook als verdedigingslinie durven zien. In dat licht is de verlenging van de Noord/Zuidlijn geen luxeproject, maar een noodzakelijke versterking van ons veiligheids- en mobiliteitssysteem.
Binnen de gemeente Haarlemmermeer is Schiphol het voornaamste veiligheidsrisicogebied op het gebied van terrorisme. De Schiphol-spoortunnel vormt daarin een kwetsbaar onderdeel. Grote concentraties reizigers op perrons, stijgpunten en Schiphol Plaza verstoren zichtlijnen van toezichthouders en maken het voor kwaadwillenden eenvoudiger om onopgemerkt een aanval voor te bereiden of uit te voeren. Tegelijkertijd vormen deze mensenmassa’s een groter gelegenheidsdoelwit.
Daar komt een structureel probleem bij: de enorme drukte op Schiphol Plaza. Veel OV-reizigers komen daar niet omdat zij op Schiphol moeten zijn, maar omdat zij er noodgedwongen overstappen. Die onnodige concentratie van reizigers leidt tot volle perrons, opstoppingen bij roltrappen en kruisende bewegingen in de centrale hal. Dat is onwenselijk vanuit comfort, maar vooral vanuit veiligheid.
Een bovengrondse metrolijn naar Schiphol en Hoofddorp ontlast het stationsgebied aanzienlijk. Reizigersstromen worden gespreid, overstappen worden verlegd en drukke knelpunten worden vermeden. Minder volle perrons en minder kruisende bewegingen verkleinen de kans op paniek, criminaliteit en incidenten bij calamiteiten. In noodsituaties telt robuustheid: één extra lijn kan het verschil maken tussen beheersing en chaos. Wie veiligheid serieus neemt, kan deze verlenging niet wegzetten als ‘nice to have’.
Het idee dat een verlenging tot alleen Schiphol voldoende zou zijn, klopt bovendien niet. Zonder doortrekking naar Hoofddorp verdwijnen rechtstreekse treinverbindingen en worden extra overstappers alsnog via een nu al overvol Schiphol geleid. Dat vergroot juist de drukte en de veiligheidsrisico’s die we proberen te verminderen.
Sinds 2018 werken Rijk en regio samen aan de voorbereiding van de verlenging van de Noord/Zuidlijn naar Schiphol en Hoofddorp. Daarbij was afgesproken dat beide partijen gezamenlijk zouden investeren. In 2023 besloot het Rijk echter een eerder toegezegde bijdrage van circa 1,8 miljard euro te schrappen. De regio heeft desondanks doorgepakt en 1,4 miljard euro aan cofinanciering bijeengebracht. Die inzet kan alleen standhouden als ook een komend kabinet zijn verantwoordelijkheid neemt.
Wij roepen de formerende partijen in Den Haag daarom op om door te pakken. Verder uitstel leidt tot hogere kosten en vergroot de kwetsbaarheid van onze nationale luchthaven en de veiligheid van duizenden reizigers. De verlenging van de Noord/Zuidlijn is geen regionaal wensproject, maar een noodzaak voor heel Nederland. Ook vanuit economische kracht, woningbouw en mobiliteit, maar dus ook vanuit nationale veiligheid en kritische infrastructuur. Het ontwerp ligt er. De regionale investering ligt er. Nu is het aan Den Haag.
Marianne Schuurmans, Burgemeester
Marja Ruigrok, Wethouder Verkeer & Vervoer, Luchthavenzaken en Economische Zaken
Gemeente Haarlemmermeer