Artikel in Vastgoedmarkt van Jacqueline Prummel. De logistieke sector worstelt met een slechte reputatie. Verdozing en slechte arbeidsomstandigheden domineren de beeldvorming. Dat terwijl het gros van de sector juist belangrijke regionale meerwaarde biedt aan gemeenten.
Kritiek op verdozing van het landschap en nieuws over erbarmelijke werkomstandigheden van arbeidsmigranten krijgen de overhand in het debat over de noodzaak van de logistieke sector.
Slechte reputatie
In logistieke hotspot Waalwijk bijvoorbeeld stemde de gemeenteraad voor een rem op grootschalige logistiek. De gemeente wil meer ruimte creëren voor andere industrieën en zorgen voor meer werkgelegenheid voor Waalwijkers zelf. Nu werken er zo’n drieduizend arbeidsmigranten om de banen in de distributiecentra op te vullen. De toestroom van arbeidsmigranten zorgt daar volgens verschillende lokale media voor overlast en sommigen belanden op straat wanneer ze hun baan verliezen.
Ook in het Zeeuwse Hulst kreeg de logistieke sector afgelopen maanden flink wat kritiek. Daar zette de Zweedse belegger EQT een megadistributiecentrum van 120.000 m2 neer, een ontwikkeling van ruim 130 miljoen euro. Het pand heeft na meer dan een jaar alleen nog geen gebruiker. Inwoners en gemeenteraadsleden zetten hun vraagtekens bij de reden achter de ontwikkeling – die overigens het laatste plukje bedrijventerrein innam. Ze maken zich zorgen om de effecten op het wegdek, aangezien Hulst nog niet bepaald op de kaart staat als logistieke hotspot en daarom nog weinig is ingesteld op de komst van grootschalige logistieke bedrijven.
Critici vragen zich af of de logistiek niet te hard groeit en of sterke groei van de sector nog verstandig is voor gemeenten. Volgens Frans Cruijssen, hoogleraar logistiek aan Tilburg University, wordt de sector vaak ten onrechte in een negatief daglicht geplaatst. Het gros van de ruim tienduizend logistieke bedrijven die Nederland rijk is, heeft volgens hem wel degelijk duidelijke toegevoegde waarde.
Algemeen belang
Dat begint bij het feit dat de logistieke sector een cruciale schakel is in de economie die andere bedrijvigheid mogelijk maakt. Cruijssen ziet de logistiek dan ook niet als een sector die op zichzelf staat. ‘Het is vergelijkbaar met de zuurstof die wij als mens inademen om te kunnen functioneren, zonder kun je niets meer’, zegt hij. Dit wordt volgens hem vaak vergeten wanneer men kritiek levert op de logistieke sector. ‘Alles wat wij doen of waar we van genieten, heeft logistiek nodig’, stelt Cruijssen.
In sommige gevallen heeft de logistiek zelfs een noodzakelijke functie, denk aan de distributie van voedsel of medicijnen. Extreem hoge rendementen zijn volgens Cruijssen niet nodig, maar hij
pleit voor een juiste beloning en genoeg ruimte voor ontwikkelingen die goed ingepast kunnen worden in de omgeving. ‘Logistiek is simpelweg noodzakelijk om de economie draaiende te houden en te laten groeien.’
Brede welvaart
Het economische belang is helder, maar wanneer levert de logistiek ook meerwaarde op lokaal niveau? Dit gaat verder dan alleen de directe financiële inkomsten die een gemeente genereert bij bijvoorbeeld verkoop van gronden of de belasting die gevestigde bedrijven bijdragen. Cruijssen verwijst hiervoor naar het begrip ‘brede welvaart’. Kortgezegd betekent het dat de opgetelde waarde van de economische activiteit groter is dan de mate van last. ‘Bedrijven nemen nu eenmaal ruimte in, zeker in de logistiek. Vrachtwagens gebruiken de wegen en hallen worden onderdeel van het uitzicht’, erkent hij.
Daartegenover moeten volgens hem kwalitatieve banen komen, en regionale verbinding bijvoorbeeld door sponsoring van lokale verenigingen of het aanbieden van stages. ‘Je hebt een aantal stappen nodig om tot welvaart en consumptie te komen, en daar heeft altijd iemand last van. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld windmolens, niemand wil die in de achtertuin, maar het is wel fijn als we zelf voor schone energie kunnen zorgen.’
Verantwoordelijkheid ligt bij sector
Aan logistieke ontwikkelaars en bedrijven zelf de taak om de beschikbare ruimte (letterlijk in de zin van percelen, en figuurlijk in de zin van ruimte voor activiteit) op een juiste manier in te vullen. ‘De logistieke sector staat in een kwaad daglicht, omdat er wel degelijk voorbeelden zijn van bedrijven of panden die weinig waarde toevoegen’, vertelt Cruijssen.
Wanneer er meer overlast ontstaat dan er waarde toegevoegd wordt, is het inderdaad slecht voor de omgeving. ‘Denk aan distributie van inferieure producten die niet bedoeld zijn voor Nederlandse afzet, en hier slechts in opslag liggen. Of bedrijven met mensen in dienst die onder slechte omstandigheden moeten werken’, vertelt Cruijssen.
De logistieke sector staat in een kwaad daglicht, omdat er wel degelijk voorbeelden zijn van bedrijven of panden die weinig waarde toevoegen”
— Frans Cruijssen, hoogleraar logistiek aan Tilburg University
Over de regionale meerwaarde van sommige grote logistieke projecten door multinationals valt volgens hem te twisten. ‘Ze hebben een investering gedaan, maar kunnen ook zomaar vertrekken als ze vinden dat het ergens anders efficiënter kan.’ Dit soort praktijken zijn de uitwas van de sector, benadrukt Cruijssen. ‘Deze partijen zijn niet representatief voor de sector, want die bestaat nog steeds grotendeels uit (familie)bedrijven met sterke wortels in de omgeving.’
Werkgelegenheid
Werkgelegenheid is een belangrijke meerwaarde die de logistieke sector biedt. In Lelystad werd afgelopen tijd veel bijgebouwd aan distributiecentra, ook ontwikkelaar DHG bouwt er een megadistributiecentrum.
‘Daar staat nu best wat leeg aan logistieke gebouwen, maar het is een groeigemeente en er worden nog heel veel huizen gebouwd’, vertelt Richard Elich, director Business Development bij DHG. Voor die toekomstige inwoners moeten ook genoeg banen gecreëerd worden. ‘De meeste inwoners werken in Amsterdam, maar mensen werken toch liever dichter bij huis.’
Voorbeeld Haarlemmermeer
Landelijk is de sector goed voor zo’n 12 procent van de arbeidsplaatsen. In logistieke hotspots ligt het percentage hoger, in Haarlemmermeer is het bijvoorbeeld ongeveer 15 procent. ‘We hebben grote, internationale bedrijven, maar ook veel lokale familiebedrijven met tweehonderd of driehonderd werknemers. Dat zijn vrijwel allemaal inwoners uit onze gemeente of de regio’, vertelt VVD-wethouder Marja Ruigrok.
Bovendien zorgen die bedrijven voor aanwas van mkb-bedrijvigheid. ‘Wij hebben bijvoorbeeld een lokale cateraar die al zijn producten ook lokaal inkoopt. Hij verzorgt de catering voor verschillende internationale bedrijven, maar een hele keten aan lokale ondernemers en producenten profiteert ervan.’
Ontwikkelingen in het werkveld
Een van de grote kritiekpunten op de logistieke sector gaat over de inzet van arbeidsmigranten. Bij de huisvesting van deze mensen gaat het weleens mis, vooral wanneer het bedrijf werkt met malafide uitzendbureaus. Dit zorgt voor overlast in de gemeente. ‘Maar het is makkelijk om te zeggen dat een heel distributiecentrum vol zit met arbeidsmigranten, dat is natuurlijk niet zo’, zegt Elich. In sommige gebieden zijn er wel meer migranten in dienst, vervolgt hij. ‘Daar zitten zoveel logistieke bedrijven dat de plaatselijke arbeidskracht onvoldoende is.’
De kwestie rond arbeidsmigranten gaat overigens veranderen, verwacht Elich. ‘Distributiecentra worden steeds meer geautomatiseerd. Waar vroeger honderd mensen werkten, zijn dat er bij wijze van spreken vandaag nog maar vijftig’, zegt hij. Het worden er nog minder, omdat de transitie rond robotisering nog gaande is. Op termijn vraagt dit om een nieuw type werknemer, weet Cruijssen. De logistiek ontwikkelt zich naar een hightechsector. ‘Dat is ook met oog op deze discussies een belangrijke ontwikkeling.’
Tilburg University begon enkele jaren geleden samen met elf logistieke bedrijven en Midpoint Brabant het Tilburg Initiative For Future Logistics, onder meer om de behoeften aan toekomstige werknemers te onderzoeken. Nu zijn er dus nog weinig academici actief, maar de sector zal steeds meer verschuiven naar meer kennisgedreven banen. ‘Voor die omslag werken wij als universiteit samen met iedereen die erbij betrokken is, bedrijven én opleidingen. Dat is een prachtig voorbeeld van brede welvaart’, zegt Cruijssen.
Initiatieven voor gemeente
Ook profiteren gemeenten vaak van sponsoring door bedrijven aan allerlei fondsen, verenigingen of groenvoorziening. Initiatieven voor de regio worden door familiebedrijven vaak zonder lang erover na te denken opgepakt, vertelt Cruijssen. ‘Zij hebben diepe wortels in de regio en moeten een zinvolle deelnemer van de maatschappij blijven.’
Ruigrok beaamt dit. Ze vertelt dat lokale bedrijven de gemeente Haarlemmermeer goed weten te vinden en uit eigen initiatief sportclubs sponsoren of groen aanleggen. ‘Voor internationale bedrijven ligt dat net anders, daar moeten wij zelf wat meer stappen zetten om hen aan ons te koppelen’, zegt ze. De gemeente richtte er kortgeleden nog een speciale webpagina voor op. ‘Als je het als gemeente niet actief aanbiedt, weten dat soort bedrijven vaak ook niet waar ze kunnen steunen’, zegt Ruigrok.
Óók verantwoordelijkheid voor internationale partijen
Dat betekent niet dat internationale spelers er niet voor openstaan. Het Amerikaanse bedrijf Kite, dat celtherapiebehandelingen ontwikkelt voor bloedkankerpatiënten, committeerde zich bijvoorbeeld aan het helpen vervangen van 550 zieke bomen in de Venneperhout in de gemeente.
‘Al die bedrijven willen maatschappelijk verantwoord ondernemen, maar sponsoren eerder iets bekends als het Rijksmuseum dan een lokale voetbalclub, of ons eigen Cruquius Museum’, zegt Ruigrok. Door zelf de samenwerking te zoeken en de mogelijkheden figuurlijk op een dienblad te presenteren, hopen ze óók internationale bedrijven sterker te betrekken bij de omgeving. ‘Ook zij moeten hun verantwoordelijkheid nemen om de gemeente te steunen.’
Waarde toevoegen aan lokale economie
De gemeente Haarlemmermeer werkt momenteel aan een verdiepend onderzoek naar de logistieke sector. Daarin kijkt ze naar de positie van de sector, de knelpunten en de ontwikkelpotentie van logistieke clusters. ‘Vroeger maakte het niet veel uit hoe een gebouw eruitzag of wat de huurder aan regionale meerwaarde bracht. Nu zien we dat dat niet meer zomaar kan. We kijken als gemeente steeds meer of ontwikkelingen waarde toevoegen aan de lokale economie.’
Het is ook vreemd dat je ergens zomaar een groot pand kunt neerzetten. Daar moeten gemeenten kritisch op blijven”
— Richard Elich, director Business Development bij DHG
Volgens Elich is het logisch dat er discussie is over de toegevoegde waarde van de logistiek. ‘Het is ook vreemd dat je ergens zomaar een groot pand kunt neerzetten. Daar moeten gemeenten ook kritisch op blijven’, vindt hij. Dat gemeenten kritisch zijn, zorgt volgens hem zelfs voor mooiere projecten. ‘We leven nu anders dan vijftien jaar geleden.’
Door uitdagingen zoals gebrek aan ruimte, netcongestie, de klimaatopgave en nu ook steeds meer water, is het volgens hem niet gek dat er steeds meer eisen komen en de discussie over logistiek wordt gevoerd. ‘Wij anticiperen daar ook op. We willen steeds mooier ontwikkelen, met meer groen en voorzieningen voor werknemers.’
Aantrekkelijk ontwerp
Zo zorgt de verdozingsdiscussie ervoor dat aantrekkelijk ontwerp en landschapsinpassing een belangrijke rol spelen bij het ontwikkelen van logistieke hallen. Doordat DHG voornamelijk herontwikkelt, heeft het als ontwikkelaar weinig last van de verdozingsdiscussie, zegt Elich. ‘Vaak zijn het verouderde panden die wij kopen en herontwikkelen, zoals een oude fabriek. Die slopen we en dan zetten we er iets nieuws voor in de plaats, met nieuwe economische waarde.’
Toch speelt ook bij DHG inpassing in de omgeving een belangrijke rol in het ontwikkelproces. ‘We stellen vragen over hoe het perceel gesitueerd is in de omgeving, waar we rekening mee moeten houden en waar we groen kunnen aanbrengen. En natuurlijk werken we – net zoals andere ontwikkelaars – veel met zonnepanelen en batterijopslag.’
Het zijn allang niet meer alleen grijze industriegebieden vol asfalt
— Marja Ruigrok, wethouder Haarlemmermeer
Ontwikkelaars willen zo duurzaam mogelijk te werk gaan met hun ontwikkelingen. ‘Het zijn allang niet meer alleen grijze industriegebieden vol asfalt, het worden steeds mooiere omgevingen’, vertelt wethouder Ruigrok. In haar gemeente Haarlemmermeer zit bijvoorbeeld Schiphol Trade Park – het duurzaamste logistieke bedrijventerrein ter wereld. ‘Het is een bewijs dat logistieke terreinen ook heel groen kunnen worden, dat ze onderdeel kunnen worden van het landschap’, zegt ze.
Veel gebouwen hebben er groene gevels, er zijn verticale tuinen aangelegd en tussen de panden lopen wandelpaden. ‘Het is weliswaar aangelegd, maar er zit daar heel veel natuur’, zegt Ruigrok. Kortgeleden is er zelfs een buizerd geboren op dit terrein. ‘Dat is heel bijzonder. Er is nu ook iemand die er natuurrondleidingen geeft. Zij laat zien hoeveel vogels en andere dieren daar leven.’