Cultureel Ondernemerschap in haar meest pure vorm

Het Parool

29 september 2012 zaterdag

Cultureel ondernemerschap in de meest pure vorm

het laatste woord

Deze maand wordt een beslissing genomen over het Kunstenplan in Amsterdam. Eens in de vier jaar kijkt de gemeenteraad naar de verdeling van de kunstensubsidie. Dit keer is er per jaar 82,6 miljoen euro in Amsterdamte verdelen.


Dat is 6,4 miljoen minder dan de vorige periode, maar het blijft een klap geld. En het blijft ingewikkeld om te bepalen wie hoeveel uit deze pot krijgt.

Gelukkig hebben we het advies van de Kunstraad die alle instellingen beoordeeld heeft binnen de kaders van de Hoofdlijnennota. Belangrijke uitgangspunten waren hierbij ondernemerschap, samenwerking en cultuureducatie.

Op voordracht van de VVD is toen ook een nieuwe regeling opgenomen: de uitstapregeling. De ultieme vorm van cultureel ondernemerschap in mijn ogen. In plaats van vier keer het jaarbedrag ontvangt de instelling driemaal het bedrag op voorwaarde dat die voortaan zonder subsidie kan. De gemeente realiseert een bezuiniging van 25 procent en de instelling kan investeren in mensen, huisvesting, apparatuur, expertise of werkkapitaal.

Kortom: genoeg om te investeren in zelfstandig cultureel ondernemerschap.

Een ideale manier van subsidie, volgens mij, omdat het een tijdelijke – financiële – stimulans is op weg naar zelfstandigheid.

Uiteraard gaat deze vlieger niet voor elke instelling op, maar er zijn voldoende orkesten, musea en dansgezelschappen die zonder subsidie overleven. De instellingen die momenteel gebruikmaken van de uitstapregeling komen op eigen benen te staan en creëren doorstroom. Nieuwe initiatieven waar vroeger geen ruimte en geld voor was, maken nu opeens een kans.

Omdat de regeling nieuw is, moet iedereen er nog aan wennen. Er gaan geluiden op dat er marktbederf kan optreden omdat een instelling nu ineens een groter bedrag tot haar beschikking heeft en lagere prijzen kan rekenen.

Alle vormen van subsidie zijn marktbederf, maar ik denk dat het van slecht ondernemerschap zou getuigen als een instelling onder de prijs zou gaan werken, want dan is de kans op blijvende zelfstandigheid natuurlijk snel verkeken.

We moeten dus zien hoe de regeling uitpakt, maar het zal niemand verbazen dat ik als liberaal de markt een kans wil geven en het ondernemerschap toejuich. En ik hoop dat dit voorbeeld in Amsterdamandere gemeenten en ook het rijk inspireert tot overname van het concept.

Natuurlijk zie ik ook frictie op het gebied van cultureel ondernemerschap. Wanneer wij als overheden vragen aan culturele instellingen om meer uit de markt te halen, moeten wij er ook alles aan doen om dit maximaal te faciliteren. Ik denk bijvoorbeeld aan een ‘regelwoudloods’: een portaal waar instellingen een weg wordt gewezen in alle mogelijkheden en beperkingen. Ik ben een voorstander van maatwerk daar waar mogelijk op het gebied van vergunningen, voorwaarden voor sponsoring, zichtbaarheid partners, verdiencapaciteit et cetera. Ook stel ik me voor dat partijen op zo’n portaal best practices uitwisselen en de samenwerking zoeken in ondernemerschap. De Taskforce Cultureel Ondernemerschap (TACO) van de Kunstraad heeft hier een zeer goede aanzet voor gedaan.

Daarnaast moeten we ons bewust zijn van – daar heb je hem weer – de marktwerking in cultureel ondernemerschap. De meest voor de hand liggende manier van een extra geldstroom zien instellingen in horeca en zalenverhuur.

Dat lijkt logisch, maar de uitdaging ligt hem juist in het vermarkten van het onderscheidende vermogen van de mensen en de instelling. Hoe meer het aangeboden product in lijn ligt met het dna van de instelling, hoe groter de kans is op succes.

Interactie tussen culturele en de creatieve sector is dan ook heel belangrijk. Niet alleen kunnen beide sectoren elkaar inspireren, ze kunnen ook hun voordeel doen met wederzijdse verdienmodellen. Het verbaast me dan ook dat in de politieke wereld deze sectoren van elkaar gescheiden zijn, de creatieve sector valt onder Economie en de culturele sector onder Kunst en Cultuur. Ook hier valt winst te behalen door ambtelijk Economisch Zaken, marketing en Cultuurnog dichter in elkaar te schuiven.

Kortom: kansen voor ondernemerschap in cultuur, met de uitstapregeling als ultieme vorm!

Marja Ruigrok, Amsterdam

raadslid voor de VVD en woordvoerder Economische Zaken en Kunst

Marja Ruigrok

Over Marja Ruigrok

Connector en ondernemer. Oprichter en partner van marktonderzoeksbureau Ruigrok NetPanel, voormalig fractievoorzitter van de Amsterdamse VVD, bestuurder, commissaris, raad van toezicht, kwartiermaker en ambassadeur van diverse organisaties, spreker, investeerder en mentor voor (impact) ondernemers. 

Geef een reactie